Wat is waarheid?

Door: Jan Dalm

‘Er bestaan geen feiten, alleen interpretaties,’ stelde Friedrich Nietzsche ooit en daaruit vormt men zich een mening. Een mening is dus niets anders dan de persoonlijke vertaling van je eigen interpretaties. En een mening moet je hebben, anders tel je niet mee. Al is het alleen maar om te laten weten tot welk kamp je behoort. Of beter nog, tot welk kamp je wilt behoren en wat je uit wilt stralen.

Ik vraag me weleens af wat nu eigenlijk mijn mening is en waarom? En waar komt deze dan vandaan? Ik ben me bewust van het feit (of interpretatie) dat deze afhankelijk is van biologische en psychologische processen, alsook van allerlei omgevingsfactoren als religie, sociale omgang, politiek, cultuur, opvoeding en economie. Dit roept vervolgens de vraag op: Op welk fundament is een mening gestoeld? En is de expliciete benoeming ervan wel gelijk aan de impliciete vorming? Ofwel, is datgene wat ik ‘doordacht’ (dus niet vanuit een opwellende oncontroleerbare emotie) verbaal uit, wel datgene wat werkelijk diep in mijn ziel verborgen ligt? En verloochen ik mezelf als ik daar tegenin ga?

Voorbeeldje: Ik ben opgevoed binnen een streng gelovig gezin met dagelijkse gebeden en een wekelijkse kerkgang; mijn ziel is bedekt met een gazonnetje dat toen is gezaaid. Mijn ouders meenden dat het bestaan van God een feit was. Voor mij is het inmiddels duidelijk dat het een interpretatie was en afhankelijk van de geldende religieuze factoren binnen hun sociale kring. Waren de factoren en sociale banden anders geweest, dan hadden ze met dezelfde overtuiging ook boeddhisten of zelfs atheïsten kunnen zijn, en lag er een ander gazonnetje op mijn ziel. Beter? Slechter? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat het aanvankelijk gezaaide gazonnetje mij stuurt bij mijn interpretatie, dus mijn gevormde mening. Normen en waarden zijn blijven liggen, maar God is naar mijn mening geen waarheid meer. Dat is ook wat ik doordacht durf te uiten, maar toch is het lastig om hem uit dat gazonnetje te krijgen.

Ik ben opgevoed binnen een streng gelovig gezin met dagelijkse gebeden en een wekelijkse kerkgang; mijn ziel is bedekt met een gazonnetje dat toen is gezaaid.

Wat nog een belangrijke factor is in onze meningsvorming is ons brein. Dat helpt ons, maar zit ons ook in de weg. Ons brein vertoont sporen uit de oertijd en is door de evolutie geworden tot wat het nu is. Het bevat functies uit het verleden die in de huidige tijd niet bepaald functioneel zijn. Een voorbeeld is de drang naar vet en zoet, ooit moeilijk te krijgen maar o zo nodig om te overleven. Nu makkelijk, omdat de supermarkten er vol mee liggen. De drang is een overblijfsel in ons brein met als gevolg de ziekte obesitas, een belangrijk gezondheidsprobleem.

Vanuit de drang om het onverklaarbare een plaats te geven, zou geloof in een God ook zomaar in ons brein achtergebleven kunnen zijn. Voor elke gebeurtenis die niet verklaard kon worden, werd een God bedacht. Denk aan de seizoenen; elk seizoen had een God, vooral de Grieken waren er destijds nogal druk mee. Lees de Griekse mythologie er maar eens op na. Tegenwoordig hebben we veel meer kennis, kunnen we zaken uitleggen en weten we waarom ze plaatsvinden. Toch wordt God nog steeds ingezet voor de zaken die we nog niet kunnen verklaren, en het gaat zelfs verder. Ook de oerbehoefte naar bescherming en geborgenheid wordt nog steeds gestild door het geloof in een God.

Voor elke gebeurtenis die niet verklaard kon worden, werd een God bedacht.

Dat ons brein een loopje met ons kan nemen, bewijst ook het zogenoemde placebo-effect. Als je iets in het juiste ‘frame’ toegediend krijgt; alles dus écht lijkt en je dus gelooft dat het waarheid is, maakt het brein stoffen aan die maken dat je je beter voelt. Het lijkt daardoor duidelijk dat een overtuiging die je zelf creëert of die ons met de paplepel is ingegoten door ouders, docenten, predikanten, cultuur en allerlei autoriteiten, ons doet denken, voelen en geloven, wat we denken, voelen en geloven. De breinsporen uit de oertijd, alsook het placebo-effect, zijn beide een werkelijkheid. Maar wat aanvaard je nu als waarheid?

Waarheid en werkelijkheid lijken hetzelfde, maar dat is zeker niet het geval. Er zit een groot verschil tussen de werkelijkheid die bij ons binnenkomt en de waarheid die bij ons indaalt. Zo is dus voor de één het geloof in een God een waarheid en voor een ander slechts een verhaal. Waarheid is een product van ons brein. Een waarheid is niet te baseren op de gedachte dat er maar één werkelijkheid is die ook maar op één manier kan worden geïnterpreteerd.

Overigens waag ik het om tegen Nietzsche in te gaan. Feiten zijn er wel degelijk en zijn gebeurtenissen of omstandigheden waarvan de werkelijkheid vaststaat. De aarde is een bol en de holocaust was er echt. Als de werkelijkheid vaststaat is het tegelijkertijd ook een waarheid. Maar een waarheid is nog geen werkelijkheid of feit.

Het moet dus zijn: ‘Er bestaat geen waarheid, alleen interpretaties.’ Sorry Friedrich…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s