Euthanasie. En de bloemenvorming op haar huid

Door: Silke Geerts

1 maart 2015 vs. 1 maart 2021. Bijna zes jaar geleden. Om stipt 15:00 op de eerste maart schreef ik op www.marijkegeerts.be de woorden: ‘Marijke… Men zussie… Voor altijd in mijn hart!’. Totaal niet wetende wat de toekomst me zes jaar later zou brengen en totaal niet beseffend – op dat moment – dat de woorden ‘voor altijd’ voor mij een andere betekenis hadden dan voor haar, m’n zus.

Excuseer mijn onnavolgbare gedachtekronkel. ‘T is snel neergepend want het moet uit mijn systeem en af mijn schouders. Ik moet vertellen wat er op mijn hart ligt, elke twijfel, elke gemiste kans. Elke niet gestelde vraag.

Die eerste maart tweeduizendvijftien. Onbeschrijflijk… Ik word wakker zoals een normale ochtend en ineens komt dat besef achter ’t hoekske kijken. Zoals Julien, mijn zoon, soms achter de deur staat om me te doen verschieten (ich shrik mich sjtief, zoals ze dat dan in Voeren zeggen – mijn huidige habitat na een leven van zoektochten en verplaatsingen). Dus dat besef komt om ’t hoekske loeren, niet zoals Julien om te lachen of te zwanzen; nee, ‘serious business’ dit! Zo’n besef waarvan de haren rechtop gaan staan. Zo’n besef waarvan je kippenvel krijgt. Het besef dat toen, die ochtend van 1 maart, luid en duidelijk zei “Vandaag is de dag dat Marijke de laatste keer haar ogen opent. Vandaag is de laatste dag dat je zus een nieuwe dag zal starten. Vandaag is de dag dat je een laatste keer met je zus kan babbelen.”

En wat doe je dan, hartstikke zwanger op dat moment? Je gaat naar de bakker. Want het is zondag. En je ontbijt, want dat gebeurt nu eenmaal. Met een zachtgekookt eitje (4 minuten). En je bent stil, want het is een situatie waarin we ons niet thuis voelen.

‘Voor altijd…’

Ik moet vertellen wat er op mijn hart ligt. Elke twijfel. Elke gemiste kans. Elke niet gestelde vraag.

Ik zou een boek kunnen schrijven over de periode vóór en ná 1 maart 2015. Ik zou een hoofdstuk besteden aan 1 maart zelf. Zelfs na zes jaar voel ik nog exact hoe alles ging. Hoe we met het gezin buiten stonden bij Coda. Hoe we ieder om toer nog even op audiëntie bij Marijke mochten, niet wetende wat die laatste woorden waren tegen de ander. Zo’n beetje geforceerd was dat. Niet helemaal beseffen wat er gebeurde. Of ’t niet accepteren… Het niet wíllen accepteren misschien? Bij mij was het eerder ontkennen van de ernst van de situatie, daar ben ik goed in. Vooral als ik daarmee m’n eigen emoties de baas kan blijven.

Dus ik heb dat moment niet met de volle 100% benul beleefd, dat is wat ik wil zeggen. En dat vind ik jammer. Nu, bedoel ik dan, niet toen. Want toen was het gewoon een gesprek zoals ervoor. Zoals die dagen ervoor. Marijke woonde in Coda hospice, in alle warmte van de lieve mensen daar. Coda: een ‘bijna thuis huis’ met een huiselijke warme sfeer. Ik wijk van de rode draad af, die rode draad die er niet is. Weet je nog? Dat andere verhaal?

Ik wijk af. Het moet februari 2015 geweest zijn. Met de nichten en neef gingen we een hapje eten bij Danny Vanderhoven in Lanaken. Aan dé ‘chef’s table’ zaten we. Marijke ook. En een handgedraaide dame blanche voor Julie, mijn nicht. Ook 2 baby’s in de buik (niet in dezelfde buik), nog onbekend voor de rest, wel bekend voor Marijke – zo bleek achteraf! En daar ga ik weer van het padje af… Dus het was februari 2015, heerlijk eten en Marijke kwam die avond naar mijn toenmalige woonplaats in Margraten (NL). Marijke bij me in bed, zoals we dat vroeger deden. Ze voelde zich niet lekker de dag erna en werd met de auto naar huis gebracht zodat ze niet met de trein moest.

Zou ze toen al geweten hebben dat dát de laatste autorit van Margraten naar Schoten was? Ik was er zelf niet mee bezig, ik kreeg een appje dat ze thuis was en dat haar chauffeur een Schotense koffiekoek voor me zou meenemen. Voor mij, dat hoopje ellende, dat toen met 3 koortsblazen, verstopte neus en migraine op de zetel lag. Met een berg papieren zakdoeken om me heen. “Laat je zakdoeken niet rondslingeren”, appte ze nog. Dus abrupt stond ik op om snel de zakdoeken in een soort van vuilbak te doen (een emmer die toevallig in de buurt stond).

Het moet een paar dagen later geweest zijn dat ik bericht kreeg dat ze naar spoed was gebracht. De details zijn me altijd onbekend gebleven, beschermen van ‘het kleine zusje’? De pijn was te hevig en de weken nadien gingen razendsnel en tergend traag voorbij. Razendsnel omdat ik niet volgde wat er gebeurde. Tergend traag omdat ik niet wist wat er gebeurde, en dan word ik ongeduldig, nog steeds. En dat ervaar ik dan als hinderlijk. Zo denk ik erover als ik terugdenk aan toen.

De pijn was te hevig en de weken nadien gingen razendsnel en tergend traag voorbij. Razendsnel omdat ik niet volgde wat er gebeurde. Tergend traag omdat ik niet wist wat er gebeurde.

Volgende halte voor haar was Coda. “We naderen de eindhalte van dit traject. Gelieve de tram te verlaten.” Ik pakte mijn boeltje in Margraten en ging met een zwangere buik richting Schoten in Mr. Beetle. Logeerde dagenlang op het bedje in de kamer van Marijke. Ik werkte er vanaf mijn laptop, haalde koffie in het verplegingshuisje. Ik ging eens wandelen of ging naar Schoten. Hoe hard ik ook mijn best doe op dit moment, vroeg in de ochtend, het lukt me niet om de details boven water te halen. Rouwen is herinneringen anders leren vasthouden. Laten we ’t daarop houden.

Dat moment dat ze nog een avond en nacht naar huis mocht. Daar denk ik nu aan. Vrienden over de vloer en pizza. De inhoud van de gesprekken zijn me ontgaan, wel is me de gezelligheid bijgebleven. Zou ze toen beseft hebben dat het de laatste keer was? Iedereen ging huiswaarts, de laatste keer dat ze de oprit van het huis waar Marijke woont afliepen terwijl Marijke er nog was. ‘s-Ochtends de laatste rit van Schoten naar Coda, voor haar. Die mooie jurk van King Louie aan de kast in haar kamer, de geurstokjes van Rituals op het kastje naast het bed. De bruine schoenen voor bij de jurk, die ze uiteindelijk niet heeft kunnen aandoen vanwege het opzwellen van de voeten. Dat laatste heeft ze nooit geweten.

“Marijke, het einde komt in zicht, binnen een paar dagen zal je vertrekken.” De dokter. En met zo’n eenvoud werd zondag 1 maart geprikt. Alsof er simpelweg een afspraak werd gemaakt. Verontwaardigd was ik over de manier waarop met – een voor mij ogenschijnlijke – koelte de datum werd geprikt. “Zondag ok?”, “Ja prima”. Zo is het waarschijnlijk niet gegaan, zo is het wel bijgebleven.

Het regelen van de begrafenis – op 7 maart – deed ze zelf, met een beetje hulp. Van muziek tot tekst. Tot locatie (parochiezaal naast de chiro). Marijke regelde het wel. Mijn omgeving, vrienden, kennissen die me wilden steunen; ik irriteerde me eraan, je weet wel hoe ik ben, toch? Laat me met rust en laad me met rust. “‘T is ok. Liever zo, dan dat ik een telefoontje krijg dat ze onder een auto is terechtgekomen.” Dat vertelde ik dan, en ook die zin heeft deze week een extra dimensie gekregen na het overlijden van Loes, een 7-jarige, in het Schotense verkeer. #voorloes. En dan nog een 2-jarige die zomaar het leven losliet zonder enige waarschuwing op het tuinterras bij zijn oma en opa. Baby James, ik ken je niet maar ik denk aan je.

Dus voor mij, Silke, was het ok en is het nog steeds ok. Het was een oke-ige omstandigheid om zo mijn enige zus te moeten laten gaan. Mijn hand op haar arm, mijn papa naast me, mijn mama tegenover me, Johan erbij, Dorre, en anderen in gedachten. Teddy – voor mijn ongeboren zoon – onder haar arm. Een spuit en een diepe ademhaling, beetje snurkend. Ik weet nog dat ik daar even om moest glimlachen. Nog een spuit en een zucht. Stilte.

Klaar. Finito. Gepiept. Schluss damit. Verleden tijd. En dan de bloemenvorming op haar huid. “Was het dat?”

Een spuit en een diepe ademhaling, beetje snurkend. Ik weet nog dat ik daar even om moest glimlachen. Nog een spuit en een zucht. Stilte.

Dit wordt te lang hier en ik snak naar thee. Zit ik hier op mijn telefoon dit neer te tikken met tranen in de ogen. Zes jaar later. Julien heeft een logeerpartijtje met zijn schoolvriendje Yves. “Ik ben bang”, hoorde ik Julien zeggen. “Maar ik ben bij je, en ik kan karate!”, fluisterde Yves terug. En zo gaan de dagen gewoon verder.

Hoe fucked up is dit?

“Ik ben dood”, zegt de één. “Hoe kóm je er in godsnaam bij?”, zegt de ander. En hij gaat naast de één zitten, legt hem uit wat hij wél is, slaat zijn armen om hem heen, streelt hem, wiegt hem, slingert hem in het rond, valt met hem op de grond – schaterlachend, probeert zich los te wringen, schreeuwt… alles aan hem doet pijn. Want niets is zó ingewikkeld als niet dood zijn.

Niet van mijn pen

Tranen wegvegen. Een geforceerde glimlach. Klaar. Finito. Gepiept. Schluss damit. Verleden tijd. En de bloemenvorming op haar huid vereeuwigd in mijn gedachten.

2 gedachten over “Euthanasie. En de bloemenvorming op haar huid

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s