Ondertussen in Spanje

Door: Spencer Brandsen

Zwarte Piet betreedt de werkkamer van Sinterklaas en vraagt: “U wilde mij spreken?” “Inderdaad Piet”, antwoordt de kindervriend vanachter zijn antieke bureau en nodigt zijn belangrijkste medewerker plaats te nemen in de stoel tegenover hem. Nadat deze is gaan zitten zegt de goedheiligman: “Piet, je weet waarschijnlijk wel dat in het bedrijfsleven de markt allesbepalend is en een onderneming te allen tijde dient in te spelen op de wensen van de consument.

“Uiteraard, ik heb Sales & Marketing gestudeerd. Cum laude geslaagd.”
“Ach, ja, ik ben een oude man en m’n geheugen… Cum laude. Was je niet lid van de Mensa club?”
“Nee, daar moet je een IQ van minstens 135 voor hebben en ik kwam 2 punten tekort.”
“Míjn score was maar 111…”
“Dat is nog steeds ruim boven het gemiddelde van 100.”
“Ja, ja, maar we dwalen af. Wat ik je wilde zeggen, is dat ik je vanwege veranderingen in de markt helaas moet laten gaan.”

“Gebruikte u nu een eufemisme om me duidelijk te maken dat ik mijn betrekking verlies, ontslagen wordt, de laan wordt uitgestuurd, een schop onder m’n kont krijg? Sinterklaas, hoe lang kennen we elkaar nu al, en…”
“Ja, ja, sorry, maar je moet het niet persoonlijk opvatten, onze franchise heeft targets die gehaald moeten worden en je marktaandeel is de laatste jaren steeds meer onder druk komen te staan…”

“Maar wat doe ik dan verkeerd?”
“Niets, niets, je doet je werk uitstekend, daar ligt het niet aan. Het is, het is… je huidskleur die niet meer in de smaak valt in het Noorden, en dat heeft een negatieve invloed op onze aandelenkoers en…”

“Wat? Zegt u nu dat u me ‘de kans biedt om mij elders verder te gaan ontplooien’ vanwege m’n huidskleur?”
“Uh, ja, daar komt het op neer…”
“Maar dat is discriminatie!”
“Uh, ja, maar het is ook beter voor je eigen veiligheid, want een rapper heeft onlangs gedreigd je in je gezicht te schoppen als je het waagt je nog eens in Nederland te vertonen…”
“Een witte racist?”

“Nee, hij is zwart.”

“Nu kan ik het even niet meer volgen…”
“Ik ook niet, maar de markt heeft altijd het laatste woord…”
“Dat kan wel zijn, maar ik weiger mijn ontslag te aanvaarden.”
“Jammer dat je zo over denkt, maar dat moet de juridische afdeling dan verder maar uitzoeken.”
“Ik denk dat u mij gewoon in dienst gaat houden, omdat ik anders iets over u onthul wat het einde van uw loopbaan zal inluiden.”

“Wat, wat dan?”

“Ze noemen u toch ‘de kindervriend?”
“Ja, en?”

“Zal ik de mensen eens vertellen over de biologische fenomenen die zich voordoen onder die maagdelijk witte jurk van u, nadat er schattige kindertjes op u schoot zijn gaan zitten?”

“Wat, wat bedoel je?”

“Uit het feit dat uw gezicht nu rood kleurt, leid ik af dat u heel goed weet waar ik het over heb. Bovendien, ik doe uw was, en iedere keer als we uit het Noorden terugkomen vind ik…”

“Ja, ja, genoeg zo! Maar dit is chantage!”

“Ik gebruik alleen de tactische en strategische instrumenten die me ter beschikking staan om mijn belangen veilig te stellen. U moet het niet persoonlijk opvatten; u weet best dat ik u niet in de eerste plaats als werkgever zie, maar veeleer als een oudere vriend met wie ik ’s avonds op de sofa voor de open haard…”
“Ja, goed, goed, je wordt niet ontslagen… Misschien kun je wat in de tuin gaan werken of zo.”

“Nee, ik wil wél Piet blijven. Piet zijn is voor mij niet zomaar een baantje, ik ben het al bijna m’n hele leven en ontleen er m’n identiteit aan. Wat zou ik zijn als ik geen Piet meer was? Niets, helemaal niets. Alleen maar een wat rijpere ne…”
“Ho, stop, niet het n-woord gebruiken.”
“Oké, sorry.”

“Goed, je wilt Piet blijven, akkoord. Maar dan zitten we nog steeds met je huidskleur. Zelf heb ik daar geen moeite mee, integendeel zelfs, maar de consument…”
“Maar ze noemen me alleen zwárte Piet in het Noorden. Hier heet ik gewoon Piet, zonder huidskleur. We kunnen dat ‘zwarte’ voortaan gewoon weglaten. En ik zou mijn gezicht wit kunnen schminken. De mensen wennen aan alles als je ze wat tijd gunt, zelfs aan een witte Michael Jackson zonder neus.”
“Hmm, daar zit wat in… Slim bedacht, daar was ik met mijn lagere IQ nooit opgekomen.”

“Als ondernemer, en zeker als entrepreneur, dient men flexibel en creatief in te spelen op de eisen van een veranderende markt.”

“Wat is een entrepreneur?”
“Een ondernemende ondernemer.”
“Serieus?”
“Ja. En als men een boodschap wil communiceren richting een doelgroep, dan dient men deze te verpakken in een zogeheten ‘verhaal’, dus als iemand vraagt waar het ‘zwarte’ is gebleven, kunt u bijvoorbeeld vertellen dat Piet altijd alleen Piet heeft geheten, en dat men in het Noorden zelf ooit het ‘zwarte’ eraan vastgeplakt heeft. Dat de kleur van Piet nooit van enig belang is geweest en dat hij ook rood, geel, oranje of wit kan zijn, nee, zelfs al gewéést is.”

“Maar dat is een leugen.”
“Maakt niet uit. Ik heet geen Piet, maar Pietro. Als je een leugen maar vaak genoeg herhaalt, wordt het vanzelf de waarheid.”
“Sales & Marketing?”
“Nee, Joseph Goebbels.”
“Maar dat was een slecht mens.”
“Ja, maar ook een belangrijke grondlegger van de reclamewetenschap. Wat Freud was voor de psychologie en Henry Ford voor de autoindustrie…”
“Ja, ho maar, ik begrijp wat je bedoelt. Piet dus, gewoon Piet.”

“Gewoon Piet. Of Just Pete. Just Pete. Daarmee zou u de Engels sprekende markt kunnen penetreren. Een goede franchise richt zich op expansie en…”
“Ja, ja, laten we eerst Piet, gewoon Piet maar eens proberen.”
“In de markt zetten.”
“Ook goed. Maar dan is er nóg een dingetje: je mag geen oorringen meer dragen.”

“Wat, zijn die Hollanders nog homofoob ook?”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s